
Ik heb de opnames in handen gekregen van een jonge man, Igor, die naar Kiev is gegaan met het plan er een documentaire te maken, “Kiev Love”. Hij wou uitzoeken hoe in het belegerde Kiev wordt bemind. Door oudere koppels; door ontluikende tieners, door vaders en moeders met kinderen, door ravers die de extase zoeken, of door mensen die zich wijden aan een liefde voorbij aan wat nog persoonsgebonden is: het collectief, het universum, of een god of wat daar ook voor mag doorgaan. Hij heeft vier koppels en twee individuen gevolgd. Hij heeft hun stemmen opgenomen aan de keukentafel, op weg naar de schoolpoort en in schuilkelders. We kunnen ons allemaal iets voorstellen bij hoe Kiev klinkt: stadsverkeer doorkruist door sirenes, luchtalarmen, explosies maar ook zacht geroezemoes van een warme koffiebar. In het hart van deze belegerde stad blijven mensen liefhebben.
De documentaire is nooit voltooid. Maar ik heb al zijn geluidsmateriaal, al zijn aantekeningen en dagboeken. Omwille van veiligheidsredenen voor zijn nabestaanden mag ik zijn identiteit niet onthullen. Het is mogelijk dat hij nog leeft. Moest ik het weten, ik zou het ook niet zeggen, maar eerlijk: ik weet het niet. Dit kan ik zeggen: hij is Rus met Vlaamse roots, nabestaande van een familie van Vlaamse valkeniers die van vader op zoon bij Peter De Grote en de Romanovs hebben gewerkt. Een glorieus verleden dat intussen al 3 opeenvolgende generaties verder is verpauperd. Van Igor weten we alleen dat hij een tijdje zijn geld heeft verdiend als taxi chauffeur in Sint Petersburg.
Hoe zijn archief bij mij terecht gekomen is mag ik ook omwille van mijn eigen veiligheid niet vertellen. Voor degene die het niet vertrouwen: er is een notariële akte die me de toestemming geeft alles te gebruiken. Dankzij zijn dagboeken en aantekeningen kan ik reconstrueren hoe Igor zijn weg zoekt. De motor die hem drijft blijft verborgen achter het staal van zijn raadselachtige lot. Maar ik kan wel het spoor tekenen van van zijn gedachten, angsten en verwachtingen die hem door het gevaarlijke kluwen van Kiev hebben gedreven. Er bleken twee haast obessieve gedachten te zijn die hem voortstuwden. De eerste is een emblematische uitspraak van Alain Badiou die geregeld terugkomt “Wat in de liefde op het spel staat, is een heruitvinding van het leven.” Daar was hij van ondersteboven. Hij wou tot in de plooien van de huid en in de meest minuscule gebaren deze gedachte verkennen. Ten eerste wou hij weten: is dat wel waar? Hoe en waar manifesteert die heruitvinding van het leven zich dan concreet? Als het ergens op de wereld van belang is om dit op haar waarheid te testen, dan toch hier, in Kiev? Een tweede gedachte is van Hannah Arendt: “Amor mundi, liefde voor de wereld, is de voorwaarde voor politieke verantwoordelijkheid.” Hier viel hij stijl van achterover, nergens zag hij nog “liefde voor de wereld”, het is dan ook deze gedachte die hem onherroepelijk tot acrobaat van de liefde heeft gebombardeerd. Deze bewoners van Kiev, die zoveel politieke verantwoordelijkheid opnemen, hoe sterk moet hun amor mundi wel niet zijn? Hij wou weten waar die immense liefde voor de wereld vandaan komt. Uit hun vlugge kruistekens, uit hun kerkgezangen, uit hun transgressieve technoraves in bunkers, uit het geweeklaag dat uit de overvolle ziekenuisgangen opstijgt als walvisgezang? Waardoor wordt die amor mundi gevoed?
In De minnaar van Kiev maken we kennis met bewoners van Kiev die liefhebben, die getuigen van hoe de liefde verandert in een bezette stad, en hoe de liefde hen en de stad verandert. En we worden op sleeptouw genomen door Igor, Russisch-Vlaamse valkenierszoon, acrobaat van de liefde, die op gevaar van eigen leven tot het uiterste gaat om getuigenissen van de liefde op te tekenen, dermate precies, dat hij er, als een kindertekening in een brand, helemaal in opgaat.

← Terug naar Work